Klavierwerken
Ook van dit werk is het onzeker of het van de hand van Bach is. Mogelijk is de maker Georg Philipp Telemann.
Courante in G groot - Robert Hill
Courante in G groot - Zuzana Ruzicková
Ook van dit werk is het onzeker of het van de hand van Bach is. Mogelijk is de maker Georg Philipp Telemann.
Courante in G groot - Robert Hill
Courante in G groot - Zuzana Ruzicková
BWV 839 is de Sarabande in g klein, een kort dansstuk dat wordt toegeschreven aan Johann Sebastian Bach. Het is afkomstig uit het Klavierbüchlein für Wilhelm Friedemann Bach uit 1720, hoewel het auteurschap ook hiervan twijfelachtig is.
Sarabande in g klein - Sergio Gasparella
Sarabande in g klein - Robert Hill
Ook dit werk is ten onrechte toegerekend aan Bach. Onderzoek toonde aan dat het delen zijn van een werk van Christoph Graupner (GWV 849), Partita in A groot.
Allemande en Courante in A groot - Olivier Baumont
Allemande in g-klein is een kort en onvoltooid werk voor een toetsinstrument. Het manuscript komt uit het Clavierbüchlein für Wilhelm Friedemann Bach. Maar ook hier twijfel of het van de hand van Bach is. Pier Giuseppe Sandoni wordt ook als de maker van dit werk genoemd.
Allemande in g klein - Justin Taylor
Allemande in g klein - Joseph Payne
Dit werk komt uit het Klavierbuchlein fur Wilhelm Friedemann Bach.
Allemande in g klein - Anne-Isabelle de Parcevaux
Allemande in g klein - Marie Nishiyama
Ook dit werk is eerder ten onrechte aan Bach toegeschreven. Nu gaat men ervan uit dat het een werk is van Johann Philipp Kirnberger.
Allemande in a - dr. Maróti Gabor
Allemande in c klein - Franz Fedor Alexandros
Nederlandse Bachvereniging:
"Nadat Bach allebei zijn ouders was verloren, trok hij als tienjarige jongen in 1695 bij zijn oudste broer Johann Christoph (1671-1721) in. Die woonde en werkte bijna zijn hele leven in Ohrdruf, een dorp in Thüringen waar hij als organist was aangesteld. Provincialer kan haast niet, toch was zijn muzikale horizon heel breed. De Prelude en partita, BWV 833, is bewaard in een door Johann Christoph samengesteld handschrift dat niet alleen muziek van Böhm, Buxtehude en Pachelbel bevat, maar ook triosonates van Albinoni en klavecimbelsuites van Nicolas Lebègue, gekopieerd uit diens Les pieces de clavessin (Parijs: 1677). Muziek van ver over de provinciegrenzen dus."
Deze suite is een van de werken van Bach in het zogeheten Möller-manuscript. Dat werd tussen 1703 en 1707 samengesteld door Bachs oudere broer Johann Christoph, bij wie Johann Sebastian was ingetrokken na de dood van zijn ouders. Bach kan dus hooguit een jaar of 20 kan zijn geweest.
Suite in A groot - Olivier Fortin
Suite in A groot - Olivier Baumont
De term ouverture verwijst naar het feit dat deze suite begint met een ouverturedeel, en was een gangbare benaming voor Franse suites (zijn orkestsuites hadden een vergelijkbare naam). Dit "ouverture"-deel vervangt de allemande die in Bachs andere klaviersuites voorkomt. Daarnaast zijn er optionele dansdelen zowel vóór als na de sarabande. In Bachs werk komen optionele delen meestal alleen na de sarabande voor.
Franse ouverture in b klein - Marco Mencoboni
Franse ouverture in b klein - András Schiff
Nederlandse Bachvereniging:
"De Partita BWV 830 is de laatste van het stel in de Clavier-Übung I. Het werk valt op door zijn ernst. Sowieso zijn deze zes partita's serieuzer dan de Engelse en Franse suites die Bach eerder schreef. De componist begint met een lange, meerdelige toccata die doet denken aan Buxtehude – de muziek van zijn jeugd. Ook verderop in het werk kiest Bach vaak voor gecompliceerde muzikale bouwsels. Echt dansant is de muziek niet meer. Maar Bach weet Franse, Duitse en Italiaanse invloeden wel voorbeeldig te combineren tot een homogene stijl waarin elke noot tot zijn recht komt. Een testament waardig."
Partita nr. 6 in e klein - Diego Ares
Partita nr. 6 in e klein - Alexandra Dovgan
Nederlandse Bachvereniging:
Het zou interessant zijn om te weten hoe toetsenisten en componisten deze partita door de eeuwen heen speelden. We weten we dat Johannes Brahms in november 1855 een exemplaar van de oorspronkelijke editie van deze Vijfde partita kocht. En op een opname is te horen hoe Béla Bartók het Praeambulum speelt. Maar hun vingerzettingen kennen we helaas niet. En wat doet klaveciniste Elina Albach in onze opname? We zaten er bovenop zodat u het goed kunt zien. Nog een bijzonder weetje: Elina Albach moet bij deze Sarabande altijd denken aan een carillon en stemde daar haar keus van registers op af. En net na haar slotakkoord van de opname hoorden we: het carillon van de Grote Kerk in Haarlem.
Partita nr. 5 in G groot - Elina Albach
Partita nr. 5 in G groot - András Schiff
Nederlandse Bachvereniging:
"Het cliché wil dat Bach bij leven zwaar werd ondergewaardeerd en na zijn dood
snel vergeten was. De waarheid ligt genuanceerder. Tijdens zijn leven was Bach
in zijn regio beroemd, en ook daarbuiten genoot hij aanzien als organist en
klavecinist. Om zijn ingenieuze klavierwerken zou hij ook na zijn dood
gewaardeerd blijven – iets waar tijdgenoten als Telemann of Vivaldi alleen van
konden dromen. Bach zelf was zich ook bewust van zijn kunnen. De laatste
vijfentwintig jaar van zijn leven schreef hij meerdere werken die als zijn
muzikaal testament moesten dienen: werken die zijn visie op het musiceren en
componeren uitdroegen. Deze werken liet hij ook drukken, zodat ze niet verloren
zouden gaan. Een zelfverzekerde zet, want in Bachs tijd schreven componisten
zelden voor de eeuwigheid. Tussen 1731 en 1741 schreef Bach zijn Clavierübung:
vier boeken waarin hij verschillende soorten klaviermuziek centraal stelt. Het
eerste boek is gewijd aan de suite, hier op zijn Italiaans ‘partita’ genoemd.
Jaren eerder had Bach al zijn Engelse en Franse suites gecomponeerd. In
vergelijking met die eerdere suites zijn deze partita’s wel serieuzer. Op
rijpere leeftijd lijkt Bach iets minder geïnteresseerd in dansritmes maar des
te meer in polyfone bouwsels die de luisteraar en uitvoerende actief bij de muziek
betrekken en ze doen nadenken. Dit is het soort muziek dat Bach aan volgende
generaties wil doorgeven."
Partita nr. 4 in D groot - Elina Albach
Partita nr. 4 in D groot - Clement Geoffroy
Partita nr. 3 in a klein - Menno van Delft
Partita nr. 3 in a klein - Chiara Massini
Nederlandse Bachvereniging:
"De ambitieuze, lastige Tweede partita opent met een al even ambitieuze ‘Sinfonia’. Bach gebruikt hier aanvankelijk de gepunteerde, statige ritmes van de Franse ouverture — padám, padám, padám. Die vorm werd negentig jaar voor de publicatie van Bachs partita’s uitgevonden aan het Franse hof door componist Jean-Baptiste Lully, die er zijn opera’s mee opende, en de deftige ballets de cour waar de Zonnekoning en zijn hof op dansden. In de achttiende eeuw had het typische ritme zich in allerlei soorten muziek gewurmd, onder andere in het toetsenbordgenre waarin Bach zijn werken wereldkundig maakte: de Suite, op zijn Italiaans partita genoemd."
Partita nr. 2 in c klein - Mark Edwards
Partita nr. 2 in c klein - Martha Argerich
Nederlandse Bachvereniging:
"In 1726 verscheen deze eerste partita uit Bachs serie van zes klavierpartita’s in druk. De daaropvolgende jaren volgde de rest en in 1731 verscheen de complete set van zes opnieuw. Al in 1739 schreef muziekkenner Lorenz Christoph Mizler in een recensie van een meermaals herdrukte orgelmethode ofwel Wegweiser tot “de kunst het orgel correct te bespelen” dat “wie zijn vingers niet beter weet te verplaatsen dan dit, nauwelijks in staat zal zijn de partita’s van onze beroemde heer Bach uit Leipzig op het klavier te spelen”. Die opmerking zegt wat over het basisniveau dat dit lesboek uit Mizlers recensie nastreefde, maar ook over Bachs partita’s. Deze Partita in Bes groot maakt die reputatie van bovengemiddeld ‘vingerverplaatsen’ direct waar. In het Praeludium wordt dat duidelijk wanneer het thema dat we aan het begin in de bovenstem horen vervolgens met trillers en al in de linkerhand verschijnt. Zo zit er in alle delen wel iets waar een gemiddelde of slordige toetsenist met zijn vingers over kan struikelen. Soms is het simpelweg een vloed aan snelle gebroken akkoorden en sprongen in allebei de handen, zoals in de Corrente. Bij de langzame Sarabande zit de uitdaging hem meer in de elegante frasering van de versieringen en guirlandes die vanwege de spaarzame begeleiding volop in zicht staan: een foutje valt meteen op. Wanneer de toetsenist vervolgens bij de twee menuetten arriveert, lijkt het grootste gevaar geweken: hier vraagt Bach niet om bijzonder moeilijk geworstel met de vingers. Maar Mizler haalde de partita’s niet zo maar als voorbeeld aan: de Gigue waarmee de eerste partita afsluit is een tour de force van toetsentechniek die in Bachs tijd zijn weerga niet kende. De rechterhand springt voortdurend over de bewegelijke linkerhand heen: hier worden niet alleen de vingers maar de hele hand in beweging gezet!"
Partita nr. 1 in Bes groot - Mark Edwards
Partita nr. 1 in Bes groot - András Schiff
Deze suite werd eerder toegeschreven aan Bach, vandaar het BWV nummer. Later bleek het echter van de hand van Georg P. Telemann te zijn.
Nederlandse Bachvereniging:
"Van deze Suite in f klein bestaat slechts één handschrift, van de hand van Bachs leerling Johann Peter Kellner. De suite is mogelijk onvolledig overgeleverd, want ze bestaat uit slechts drie delen (Prelude, Sarabande en Gigue) in plaats van de gebruikelijke zes à zeven. Kellner schrijft wel ‘fine’ aan het eind, dus misschien ging hij ervan uit – of wist hij – dat Bach het werk als voltooid beschouwde."
Een vroeg werk van Bach, waarin hij zoekt en experimenteert. Het is niet van het niveau van de latere suites, maar meer een eerste verkenning van deze vorm van muziek.
Suite in g klein - Korneel Bernolet
Suite in g klein - Michele Barchi
De toonsoort Bes groot staat in de muziektheorie bekend om haar heldere, vrolijke en warme klank. Omdat Bes groot een majeur (groot) toonsoort is, straalt de muziek vaak een zekere triomfantelijkheid en openheid uit. Bach gebruikte deze toonsoort veelvuldig.
Suite in Bes groot - Violaine Cochard
Suite in Bes groot - Robert Hill
Over dit werk, bestaande uit zes delen, is verder weinig bekend en ook weinig beschreven.
Ouverture in F groot - Aurélien Delage
Ouverture in F groot = Robert Hill
Ook van dit werk zijn twee versies bekend, BWV 819 en BWV 819a. Het verschil zit in de Allemande. In de opname van Masaaki Suzuki speelt hij eerst BWV 819 en sluit hij af met de Allemande versie BWV 819a.
Suite in Es groot - Masaaki Suzuki
Suite in Es groot - Zuzana Růžičková
BWV 818 tot en met BWV 824 zijn suites die niet in een afzonderlijke verzameling zijn opgenomen. BWV 818 bestaat uit 5 delen. Er is ook een andere versie bekend, BWV 818a, die naast de traditionele dansdelen ook een prelude bevat.
Suite in a klein - Robert Hill
Suite in a klein - Aapo Häkkinen
Suite nr. 6 in E groot - Diego Ares
Suite nr. 6 in E groot - András Schiff
Nederlandse Bachvereniging:
"De vijfde ‘Franse’ suite is de meest zangerige en galante van de zes. De meest Italiaanse, zegt klavecinist Francesco Corti. Dat is meteen hoorbaar in de Allemande. Maar zelfs in de Sarabande, een stuk waarin Bach meestal op zoek gaat naar harmonische expressie, krijgt de melodie de bovenhand. Deze Sarabande zou zomaar een adagio uit een Italiaanse sonate kunnen zijn."
Suite nr. 5 in G groot - Francesco Corti
Suite nr. 5 in G groot- Zoltan Fejérvari
Das Wohltemperierte Klavier I Een rustige prelude deze keer met een bijna speels karakter. Dat wil niet zeggen dat het een eenvoudig werk is...