Partitas
Partita nr. 3 in a klein - Menno van Delft
Partita nr. 3 in a klein - Chiara Massini
Partita nr. 3 in a klein - Menno van Delft
Partita nr. 3 in a klein - Chiara Massini
Nederlandse Bachvereniging:
"De ambitieuze, lastige Tweede partita opent met een al even ambitieuze ‘Sinfonia’. Bach gebruikt hier aanvankelijk de gepunteerde, statige ritmes van de Franse ouverture — padám, padám, padám. Die vorm werd negentig jaar voor de publicatie van Bachs partita’s uitgevonden aan het Franse hof door componist Jean-Baptiste Lully, die er zijn opera’s mee opende, en de deftige ballets de cour waar de Zonnekoning en zijn hof op dansden. In de achttiende eeuw had het typische ritme zich in allerlei soorten muziek gewurmd, onder andere in het toetsenbordgenre waarin Bach zijn werken wereldkundig maakte: de Suite, op zijn Italiaans partita genoemd."
Partita nr. 2 in c klein - Mark Edwards
Partita nr. 2 in c klein - Martha Argerich
Nederlandse Bachvereniging:
"In 1726 verscheen deze eerste partita uit Bachs serie van zes klavierpartita’s in druk. De daaropvolgende jaren volgde de rest en in 1731 verscheen de complete set van zes opnieuw. Al in 1739 schreef muziekkenner Lorenz Christoph Mizler in een recensie van een meermaals herdrukte orgelmethode ofwel Wegweiser tot “de kunst het orgel correct te bespelen” dat “wie zijn vingers niet beter weet te verplaatsen dan dit, nauwelijks in staat zal zijn de partita’s van onze beroemde heer Bach uit Leipzig op het klavier te spelen”. Die opmerking zegt wat over het basisniveau dat dit lesboek uit Mizlers recensie nastreefde, maar ook over Bachs partita’s. Deze Partita in Bes groot maakt die reputatie van bovengemiddeld ‘vingerverplaatsen’ direct waar. In het Praeludium wordt dat duidelijk wanneer het thema dat we aan het begin in de bovenstem horen vervolgens met trillers en al in de linkerhand verschijnt. Zo zit er in alle delen wel iets waar een gemiddelde of slordige toetsenist met zijn vingers over kan struikelen. Soms is het simpelweg een vloed aan snelle gebroken akkoorden en sprongen in allebei de handen, zoals in de Corrente. Bij de langzame Sarabande zit de uitdaging hem meer in de elegante frasering van de versieringen en guirlandes die vanwege de spaarzame begeleiding volop in zicht staan: een foutje valt meteen op. Wanneer de toetsenist vervolgens bij de twee menuetten arriveert, lijkt het grootste gevaar geweken: hier vraagt Bach niet om bijzonder moeilijk geworstel met de vingers. Maar Mizler haalde de partita’s niet zo maar als voorbeeld aan: de Gigue waarmee de eerste partita afsluit is een tour de force van toetsentechniek die in Bachs tijd zijn weerga niet kende. De rechterhand springt voortdurend over de bewegelijke linkerhand heen: hier worden niet alleen de vingers maar de hele hand in beweging gezet!"
Partita nr. 1 in Bes groot - Mark Edwards
Partita nr. 1 in Bes groot - András Schiff
Partitas Nederlandse Bachvereniging: " In zijn traktaat over het klavierspel schreef Johann Sebastians zoon Carl Philipp Emanuel ook ov...