Das Wohltemperierte Klavier II
Kenners omschrijven dit specifieke werk vaak als een van de meest spirituele en serene stukken die Bach ooit voor toetsinstrumenten heeft geschreven. De toonsoort E-groot staat in de barokmuziek symbool voor rust, puurheid en religieuze devotie. Waar andere stukken uit de bundel soms vurig, dramatisch of juist speels zijn, voelt BWV 878 aan als een kalme, plechtige wandeling door een kathedraal. De Prelude klinkt als een vloeiend en elegant gesprek. Het heeft het karakter van pastorale muziek. In de Fuga verandert de sfeer naar iets monumentaals. In plaats van een modern, vlot barokstuk, grijpt Bach hier terug naar de oude, strenge renaissancestijl. Het klinkt alsof een groots, menselijk koor een plechtig kerkgezang inzet, maar dan vertaald naar de toetsen van een klavecimbel of piano. Hoewel we wegblijven bij de techniek, is de constructie ervan historisch gezien uniek. Bach bouwde de fuga op rond een heel herkenbaar, eeuwenoud muzikaal thema dat ook al door eerdere grootmeesters werd gebruikt. Bach tilt dit 'geleende' idee echter naar zo’n hoog niveau dat kenners het beschouwen als een van de absolute meesterwerken van de westerse muziekgeschiedenis. Voor de luisteraar klinkt het vooral volkomen vanzelfsprekend, rustgevend en harmonieus.
Prelude en fuga in E groot - Christine Schornsheim
Prelude en fuga in E groot - Nikolai Demidenko





