Schüblerkoralen
Nederlandse
Bachvereniging:
“Binnen het verhaal van de zes Schübler-Choräle staat dit afsluitende koraal
voor de Advent. Om die structuur te realiseren moest Bach (of de anonieme
bewerker) wel een tekstueel trucje uithalen. De cantate waaruit hij deze aria
leende, en dan vooral het gebruikte koraal Lobe den Herren, hebben immers niets
met Jezus’ geboorte te maken: BWV 137 gebruikt een meer algemene jubeltekst en
klonk bovendien ergens midden in het kerkjaar. Het kerstige accent wordt
aangebracht door op de muziek een alternatieve koraaltekst te plakken, al
moeten we die er in deze puur instrumentale zetting uiteraard zelf bij denken.De
bewerking volgt de originele altaria vrijwel letterlijk, met de hoogscherende
vioolsolo in de rechterhand. Overgezet op het orgel verliest de solo iets van
zijn bravoure, wat mooi past bij het ‘nieuwe’ koraal. Dat spreekt niet zoals in
de cantate van troost en bescherming, maar smeekt dringend om verlossing door
Christus’ komst. Over de andere stemmen is twijfel: ofwel gaat het koraal naar
de linkerhand en het continuo naar het pedaal, ofwel andersom met het koraal op
de voeten. Kiest de speler voor het laatste, zoals de diverse organisten hier
doen, dan gaat het om de enige geornamenteerde cantus firmus binnen Bachs
gekende muziek.”
Het lied is geschreven door Caspar Friedrich Nachtenhöfer.
Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter - Bart Jacobs
Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter - Anne-Isabelle de Parcevaux
Kommst du nun, Jesu! vom himmel herunter auf erden?
Soll nun der himmel und erde vereiniget werden?
Ewiger Gott!
Kann dich mein jammer und noth
Bringen zu menschengeberden?
Was ich in Adam und Eva durch sterben verloren,
Hast du mir, Jesu! durch leben und leiden erkoren.
Gütiger Gott!
Alle mein jammer und noth
Endet sich, da du geboren.
Teufel und hölle die zürnen und halten zusammen,
Wollen mich sünder verschlingen und gänzlich verdammen.
Mächtiger Gott!
Wende den jammer und noth;
Tilge die höllischen flammen!
Gib mir, o Jesu! nur heilige, gute gedanken;
Halte die glieder des leibes in heiligen schranken.
Heiliger Gott!
Laß mich nach deinem gebot
Herzlich im glauben dir danken.
Führe mich endlich, o Jesu! in's ewige leben,
Welches du allen, die gläuben, versprochen zu geben;
Da ich bei Gott,
Ohne noth, jammer und tod,
Ewig in freuden kann schweben.





