Leipziger koralen
De 18
Leipziger koralen (BWV 651-668) of Choräle von verschiedener Art (vrij
vertaald: diverse soorten koralen) is de naam die is gegeven aan een manuscript
van Johann Sebastian Bach met een verzameling van achttien koralen,
gecomponeerd door Bach in de jaren veertig van de 18e eeuw, en waarschijnlijk
bestemd om te worden gepubliceerd.
We kennen het koraal ook als vroegere bewerking, wat bekend staat als BWV 651
a. Dit koraal stamt uit de periode in Weimar, terwijl het in Leipzig zijn
definitieve vorm heeft gekregen. Het overweldigende begin van deze groots
opgezette koraalfantasie verwijst haast letterlijk naar het begin van
Handelingen 2 uit de Bijbel. Daarin gaat het over Pinksteren: “Toen de dag van
het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de
hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich
bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als
vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden
vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde
talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.” De onderliggende koraalmelodie,
die Bach ook gebruikt in verschillende Pinkstercantates, klinkt in het pedaal.
Maar pas nadat daar eerst een lang aangehouden noot, een zogenoemd orgelpunt,
ons dreunend in de oren heeft geklonken. Met korte onderbrekingen komt
vervolgens de hele koraalmelodie aan bod. Die blijft een onafhankelijk baken
van rust in de om elkaar heen wervelende noten van de bovenste partijen. Net
als in de veel kortere oerversie van dit koraal, die uit Weimar stamt, put Bach
met veel fantasie uit allerlei compositorische vaatjes. Zo stoffeert hij met
verve de hectiek van ‘het spreken in tongen’, waar ook de koraaltekst aan
refereert. Alle turbulentie komt ten slotte ten einde met een kort maar
krachtig halleluja.
Een
vertaling van dit lied door Ad den Besten is opgenomen in het Liedboek voor de Kerken,
lied 240.
Fantasia Super: Komm, Heiliger Geist - Leo van Doeselaar
Fantasia super „Komm, Heiliger Geist“ - Mirjam Laetitia Haag
Komm Heiliger Geist, Herre Gott,
erfüll mit deiner Gnaden Gut
deiner Gläubigen Herz, Mut und Sinn,
dein brennend Lieb entzünd in ihn'.
O Herr, durch deines Lichtes Glanz
zum Glauben du versammelt hast
das Volk aus aller Welt Zungen.
Das sei dir, Herr, zu Lob gesungen.
Halleluja, Halleluja.
Du heiliges Licht, edler Hort,
laß uns leuchten des Lebens Wort
und lehr uns Gott recht erkennen,
von Herzen Vater ihn nennen.
O Herr, behüt vor fremder Lehr,
daß wir nicht Meister suchen mehr
denn Jesus mit rechtem Glauben
und ihm aus ganzer Macht vertrauen.
Halleluja, Halleluja.
Du heilige Glut, süßer Trost,
nun hilf uns, fröhlich und getrost
in deim Dienst beständig bleiben,
die Trübsal uns nicht wegtreiben.
O Herr, durch dein Kraft uns bereit
und wehr des Fleisches Ängstlichkeit,
daß wir hier ritterlich ringen,
durch Tod und Leben zu dir dringen.
Halleluja, Halleluja.





