dinsdag 24 februari 2026

BWV 653 “An Wasserflüssen Babylon”

Leipziger koralen

Het koraal An Wasserflüssen Babylon beschrijft de wanhopige situatie van de Israëlieten in ballingschap. Veel componisten hebben er in de zeventiende eeuw een bewerking van gemaakt.  Toen Bach, in zijn tijd als hoforganist in Weimar, zelf een bewerking maakte van An Wasserflüssen Babylon, volgde hij andere voorbeelden niet. In plaats van een kunstige maar ietwat frivole fantasie, koos hij voor een compact, zwaarmoedig koraalvoorspel. Bach maakte in Weimar zelfs twee verschillende versies die we nu kennen als BWV 653 a en b. De ene, BWV 653b, is een vijfstemmige, waarbij de melodie etherisch in de bovenstem klinkt tegenover een zwaarmoedige, dubbele pedaalpartij. In de andere, BWV 653a, wordt de verfraaide melodie in de middenstem ingeklemd door twee bovenstemmen en pedaal. Deze laatste versie was Bach kennelijk het dierbaarst: in zijn late Leipziger jaren reviseerde hij het materiaal door de melodie nog rijker te versieren en de slepende ritmiek, als een langzame sarabande, nog meer aan te scherpen. Zo benadrukte hij de clou van dit koraal, die in de latere coupletten van de tekst tot uitdrukking komt. Daarin worden de Israëlieten gedwongen een loflied te zingen. Maar hoe kunnen zij nu zingen in zulke wanhopige omstandigheden? Precies dat is wat Bach uitbeeldt in dit koraalvoorspel: de onderdrukkers nemen de ballingen stevig in de tang, maar de timide middenstem houdt moedig stand en toont met alle versieringen geloof in de goede afloop.

De melodie is in Nederland bij meerdere liederen gebruikt. Van ouds het meest bekend als de melodie van de ‘Lofzang van Zacharias’ als onderdeel van de Enige gezangen die waren opgenomen bij de Psalmberijming van 1773.

Fragment BWV 653.

An Wasserflüssen Babylon - Leo Van Doeselaar

An Wasserflüssen Babylon - Kristiaan Seynhave


"An Wasserflüssen Babylon" BWV 653a - Bernhard Schneider


An Wasserflüssen Babylon BWV 653b - Celina Kobetitsch


 

An Wasserflüssen Babylon
da saßen wir mit Schmerzen,
als wir gedachten an Zion,
da weinten sir von Herzen.
Wir hingen auf mit schwerem Muth
die harfen und die orgeln gut
an ihre Bäum' der Weiden,
die drinnen sind in ihrem Land,
da mußten wir viel Schmach und Schand
täglich von ihnen leiden.

Die uns gefangen hielten lang
so hart an selben Orten,
begehrten von uns ein Gesang,
mit gar spöttlichen Worten,
und suchten in der Traurigkeit
ein fröhlich G'sang in unserm Leid:
Ach! liber thut uns singen
ein Lob-Gesang, ein Liedlein schön,
vonden Gedichten aus Zin,
das fröhlich thut erklingen.

Wie sollten wir in solchem Zwang
und Elend, jetzt vorhanden,
dem Herren singen ein'n Gesang,
so gar in fremden Landen?
Jerusalem! vergess' ich dein,
so wolle Gott der Rechten mein
vergess'n in meinem Leben,
wenn ich nicht bleib dein eingedenk,
mein Zung' sich oben angehenk
und bleib' am Rachen kleben.

Ja, wenn ich nicht mit ganzem Fleiß,
Jerusalem, dich ehre,
im Anfang, meiner Freuden Preis
von jetzt, und immermehre.
Gedenk' der Kinder Edom sehr,
am Tag' Jerusalem, o Herr!
die in ihr'r Bosheit sprechen:
"Rein ab! rein ab zu aller Stund,
vertilg' sie gar bis auf den Grund,
den Boden woll'n wir brechen."

Du schnöde Tochter Babylon,
zerbrochen und zerstöret,
wohl dem, der dir wird geb'n den
Lohn und dir dann wiederkehret,
dein'n Uebermuth und Schalkheit groß,
und mißt dir auch mit solchem Maaß,
wie du uns hast gemessen.
Wohl dem der deine Kinder klein
erfaßt, und schlägt sie an ein'n Stein,
damit dein werd' vergessen.

Ehr' sei dem Vater und dem Sohn
und auch dem heil'gen Geiste;
als es im Anfang war und nun,
der uns sein Gnade leiste,
daß wir auf diesem Jammerthal
von Herzen scheuen überall
der Welt gottloses Wesen
und streben nach der neuen Art,
dazu der Mensch gebildet ward,
wer das begehrt, sprech' Amen.

maandag 23 februari 2026

BWV 652 “Komm, heiliger Geist, Herre Got”

Leipziger koralen

Een andere bewerking van hetzelfde koraal als op 22 februari. Maar het karakter is totaal anders. Hier geen grote uitbundigheid, maar een volledige verstilling. Elke regel wordt ingeleid met voor-imitaties in alt, tenor en bas, waarbij de melodie versierd wordt. Daarna klinkt de regel nog sterker versierd en uitkomend in de sopraan. Alleen het slot breekt met de verstilling. Het Halleluja vormt de aanleiding voor overgang van achtsten naar zestienden voor een spetterende afsluiting.

Fragment BWV 652.

Komm, heiliger Geist, Herre Got - Daniel Bruun

Komm, Heiliger Geist -Bálint Karosi



Komm Heiliger Geist, Herre Gott,
erfüll mit deiner Gnaden Gut
deiner Gläubigen Herz, Mut und Sinn,
dein brennend Lieb entzünd in ihn'.
O Herr, durch deines Lichtes Glanz
zum Glauben du versammelt hast
das Volk aus aller Welt Zungen.
Das sei dir, Herr, zu Lob gesungen.
Halleluja, Halleluja.

Du heiliges Licht, edler Hort,
laß uns leuchten des Lebens Wort
und lehr uns Gott recht erkennen,
von Herzen Vater ihn nennen.
O Herr, behüt vor fremder Lehr,
daß wir nicht Meister suchen mehr
denn Jesus mit rechtem Glauben
und ihm aus ganzer Macht vertrauen.
Halleluja, Halleluja.

Du heilige Glut, süßer Trost,
nun hilf uns, fröhlich und getrost
in deim Dienst beständig bleiben,
die Trübsal uns nicht wegtreiben.
O Herr, durch dein Kraft uns bereit
und wehr des Fleisches Ängstlichkeit,
daß wir hier ritterlich ringen,
durch Tod und Leben zu dir dringen.
Halleluja, Halleluja.




 

zondag 22 februari 2026

BWV 651 “Fantasia Super: Komm, Heiliger Geist”

Leipziger koralen

De 18 Leipziger koralen (BWV 651-668) of Choräle von verschiedener Art (vrij vertaald: diverse soorten koralen) is de naam die is gegeven aan een manuscript van Johann Sebastian Bach met een verzameling van achttien koralen, gecomponeerd door Bach in de jaren veertig van de 18e eeuw, en waarschijnlijk bestemd om te worden gepubliceerd.
We kennen het koraal ook als vroegere bewerking, wat bekend staat als BWV 651 a. Dit koraal stamt uit de periode in Weimar, terwijl het in Leipzig zijn definitieve vorm heeft gekregen. Het overweldigende begin van deze groots opgezette koraalfantasie verwijst haast letterlijk naar het begin van Handelingen 2 uit de Bijbel. Daarin gaat het over Pinksteren: “Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.” De onderliggende koraalmelodie, die Bach ook gebruikt in verschillende Pinkstercantates, klinkt in het pedaal. Maar pas nadat daar eerst een lang aangehouden noot, een zogenoemd orgelpunt, ons dreunend in de oren heeft geklonken. Met korte onderbrekingen komt vervolgens de hele koraalmelodie aan bod. Die blijft een onafhankelijk baken van rust in de om elkaar heen wervelende noten van de bovenste partijen. Net als in de veel kortere oerversie van dit koraal, die uit Weimar stamt, put Bach met veel fantasie uit allerlei compositorische vaatjes. Zo stoffeert hij met verve de hectiek van ‘het spreken in tongen’, waar ook de koraaltekst aan refereert. Alle turbulentie komt ten slotte ten einde met een kort maar krachtig halleluja. 
Een vertaling van dit lied door Ad den Besten is opgenomen in het Liedboek voor de Kerken, lied 240.


Fragment BWV 651.

Fantasia Super: Komm, Heiliger Geist - Leo van Doeselaar

Fantasia super „Komm, Heiliger Geist“ - Mirjam Laetitia Haag


Komm Heiliger Geist, Herre Gott,
erfüll mit deiner Gnaden Gut
deiner Gläubigen Herz, Mut und Sinn,
dein brennend Lieb entzünd in ihn'.
O Herr, durch deines Lichtes Glanz
zum Glauben du versammelt hast
das Volk aus aller Welt Zungen.
Das sei dir, Herr, zu Lob gesungen.
Halleluja, Halleluja.

Du heiliges Licht, edler Hort,
laß uns leuchten des Lebens Wort
und lehr uns Gott recht erkennen,
von Herzen Vater ihn nennen.
O Herr, behüt vor fremder Lehr,
daß wir nicht Meister suchen mehr
denn Jesus mit rechtem Glauben
und ihm aus ganzer Macht vertrauen.
Halleluja, Halleluja.

Du heilige Glut, süßer Trost,
nun hilf uns, fröhlich und getrost
in deim Dienst beständig bleiben,
die Trübsal uns nicht wegtreiben.
O Herr, durch dein Kraft uns bereit
und wehr des Fleisches Ängstlichkeit,
daß wir hier ritterlich ringen,
durch Tod und Leben zu dir dringen.
Halleluja, Halleluja.

BWV 653 “An Wasserflüssen Babylon”

Leipziger koralen Het koraal  An Wasserflüssen Babylon  beschrijft de wanhopige situatie van de Israëlieten in ballingschap. Veel componiste...