zaterdag 7 maart 2026

BWV 664 “Allein Gott in der Höh sei Ehr”

Leipziger koralen

Het lied Allein Gott in der Höh sei Ehr van Nikolaus Decius is al langer in diversse Nederlandse liedbundels in gebruik. Met diverse vertalingen en soms ook met andere melodieën. Bijvoorbeeld in de Evangelische Gezangen (1806) Hervormde bundel van 1938 werd een vertaling opgenomen van Johanna Elisabeth van der Velde-Helmcke Den hoogen God alleen zij eer! Als melodie werd de wijs van Psalm 36 (68) daarbij aangehouden. In de meeste liedbundels is de vertaling van Dirk Christiaan Meyer jr. gebruikt in een geactualiseerde versie van Jan Wit.
Dan het koraal zelf. Er zijn drie gekende bronnen: een schets en een vroege versie uit Weimar (664b en a) en een versie uit Leipzig (664).
Nederlandse Bachvereniging:
Op het eerste gehoor kun je dit stuk nog maar nét een koraalbewerking noemen, want we moeten bijna tot het einde wachten om een herkenbare glimp op te vangen van de populaire melodie Allein Gott in der Höh sei Ehr, een Duitse herdichting van het Gloria. Maar net als in BWV 662 en 663 is het thema overal – zo omspelen of versieren de virtuoze loopjes eigenlijk de melodie – alleen verstopt Bach het nu achter een uitbundig, dansant stuk vol Italiaanse zwier.
De reden voor zoveel vrolijkheid is niet alleen muzikaal, hoewel Bach zich duidelijk heeft uitgeleefd in de heldere, virtuoze stijl van over de Alpen. Hij imiteert zelfs tot twee keer toe de arpeggio’s of springende akkoorden die je zo vaak hoort in Venetiaanse vioolmuziek. Bach gaat verder en steekt er een sterke Drieëenheidssymboliek achter, diep geworteld in Luthers preken. Als we BWV 662 beschouwen als een verklanking van de Vader en BWV 663 als de Zoon, dan is deze koraalbewerking onmiskenbaar een weerschijn van de Heilige Geest, de levensgever, die Luther in zijn Pinksterpreken steeds neerzette als de bron van vreugde en troost. De Geest doet de belofte dat de mens mag delen in de lichtheid van de engelen. Niks natuurlijkers dus dan twee (hemelse?) stemmen die buitelend spelen boven een eenvoudige barokke baslijn. En waar dan plots tussen hun spel toch de melodie opduikt waarmee het allemaal begon, daar hoor je Bachs genie. Om zijn devotie te benadrukken signeert hij het werk ook nog met S.D.G.: ‘Soli Deo Gloria’
.”

Fragment BWV 664.

Allein Gott in der Höh sei Ehr - Reitze Smits

Allein Gott in der Höh' sei Ehr - Els Biesemans

~~~~~~~~~~~~~~

Allein Gott in der Höh sei Ehr, BWV 664a/b - Christian Schmitt

Allein Gott in der Höh sei Ehr
und Dank für seine Gnade,
darum dass nun und nimmermehr
uns rühren kann kein Schade.
Ein Wohlgefalln Gott an uns hat;
nun ist groß Fried ohn Unterlass,
all Fehd hat nun ein Ende.

Wir loben, preisn, anbeten dich;
für deine Ehr wir danken,
dass du, Gott Vater, ewiglich
regierst ohn alles Wanken.
Ganz ungemessn ist deine Macht,
allzeit geschieht, was du bedacht.
Wohl uns solch eines Herren!

O Jesu Christ, Sohn eingeborn
des allerhöchsten Vaters,
Versöhner derer, die verlorn,
du Stiller unsres Haders,
Lamm Gottes, heilger Herr und Gott:
nimm an die Bitt aus unsrer Not,
erbarm dich unser aller.

O Heilger Geist, du höchstes Gut,
du allerheilsamst’ Tröster:
vor Teufels G’walt fortan behüt,
die Jesus Christ erlöset
durch große Mart’r und bittern Tod;
abwend all unsern Jamm’r und Not!
Darauf wir uns verlassen.




 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

BWV 664 “Allein Gott in der Höh sei Ehr”

Leipziger koralen Het lied Allein Gott in der Höh sei Ehr van Nikolaus Decius is al langer in diversse Nederlandse liedbundels in gebruik. ...