Clavier-Übung III
Aus tiefer Not schrei ich zu dir is geschreven door Martin Luther in 1524 als een vertaling van Psalm 130. Na zijn terugkeer van de Wartburg in 1522 richtte hij zich op de vormgeving van de mis in de landstaal, het Duits. Daarbij was ook behoefte aan goede liederen voor de gemeente. Luther nodigde enkele collega's/dichters uit om de belangrijkste psalmen te vertalen in goed zingbare taal. In zijn brief met instructies voor deze auteurs wees hij op het belang van goede weergave van de Bijbelse tekst, liefst zonder gebruik van modewoorden. Als voorbeeld voegde hij zijn eerste vierstrofige versie van Aus tiefer Not schrei ich zu dir erbij. In de vroegste drukken bestaat er zowel een versie met vier strofen als één met vijf strofen, waardoor onderzoekers lange tijd van mening verschilden over de ontstaansvolgorde. De meest gangbare opvatting is dat Luther eerst de vierstrofige versie schreef als een bewerking die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke Bijbeltekst van de psalm bleef. Daarna heeft hij de vijfstrofige versie gemaakt, waarin ook zijn inzicht over de rechtvaardigingsleer en de betekenis van goede werken is opgenomen. BWV 686 is een majestueus werk. Bach schreef nergens anders een zesstemmige koraalbewerking voor orgel, ook vraagt hij expliciet om het ‘organo pleno’ (volle orgel) en zelfs een uitzonderlijk ‘pedale doppio’ (dubbel pedaal) waarin beide voeten ieder een eigen stem spelen.
Aus tiefer Not schrei ich zu dir - Leo van Doeselaar
Aus tiefer Not schrei ich zu dir - Aryna Tsylianok
Aus tieffer not schrey ich zu dyr /
Herr Gott, erhor meyn ruffen.
Deyn gnedig oren ker zu myr /
vnd meyner bitt sie offen.
Den so du wilt das sehen an /
was sund und unrecht ist gethan /
wer kan, Herr, fur dyr bleyben?
Bey dyr gillt nichts den gnad und gonst /
die sunden zu vergeben.
Es ist doch unser thun umb
sonst, /|
auch ynn dem besten leben.
Fur dyr niemant sich rhumen kan; /
des mus dich furchten yderman /
Und deyner gnaden leben.
Darum auff Gott will hoffen ich, /
auff meyn verdienst nicht bauen.
Auff yhn meyn hertz sol lassen sich /
und seyner guete trauen, /
Die myr zu sagt seyn werdes wort; /
das ist meyn trost und treuer hort.
Des will ich allzeyt harren.
Und ob es wert bis ynn die nacht /
und widder an den morgen /
Doch sol meyn hertz an Gottes macht /
verzweyfeln nicht noch sorgen.
So thu Israel rechter art, /
der aus dem geyst erzeuget ward, /
Und seynes Gotts erharre.
bey Gott ist viel mehr gnaden.
Seyn hand zu helffen hat keyn ziel /
wie gros auch sey der schaden.
Er ist alleyn der gute hirt, /
der Israel erlosen wirt. /
Aus seynen sunden allen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten